Wist u dat

Wist u dat

Op de koop toe!

Op de koop toe!

Kookolie en slaven, wat hebben die gemeen? De Egyptenaren hieven al belasting op de verkoop van bepaalde goederen (bijvoorbeeld over kookolie). Bij de verhandeling van slaven in de havenstad Piraeus hebben de Grieken later dit gebruik gevolgd.  In 399 vóór Christus werd vervolgens in Griekenland voor het eerst een algemene heffing van 2% geheven over alle im- en export van goederen ingevoerd. De Romeinse keizer Augustus nam dit voorbeeld later ook over en liet zijn veteranen belonen door invoering van een algemene heffing van 1 procent op alle verkochte goederen.

Ik heb het over omzetbelasting!

Na de Romeinse tijd verspreidde het gebruik van omzetbelastingen zich over Europa. Spanje was in 1342 het eerste land dat een omzetbelasting invoerde. Het leidde daar tot grote welvaart. De Spaanse hertog Alva voerde in 1569 (wellicht door dat Spaanse succes) in Nederland, de ons welbekende “Tiende Penning” in. Een omzetbelasting van 10% op de verkoop van goederen. De belasting was aanleiding voor groot verzet in ons land en was een belangrijke aanleiding voor de Tachtigjarige Oorlog.  Niet zonder succes overigens want de heffing is uiteindelijk door ons land afgekocht voor een bedrag van twee miljoen gulden.

Omzetbelasting is vaak als tijdelijke crisisheffing in tijden van geldnood (meestal veroorzaakt door oorlogen) ingevoerd. Zo ook in Nederland in 1934, met als bedoeling om de gevolgen van de economische crisis tegen te gaan. De heffing kreeg vanwege haar succes een meer dan tijdelijke  plaats in ons belastingstelsel. Onze huidige wet op de omzetbelasting dateert uit 1968 als eenvormige Europese belastingheffing (naar Frans voorbeeld). Ook deze wet is niet zonder succes gebleven. In 1969 bedroeg de opbrengst 2,5 miljard euro. Het lage tarief was aanvankelijk 4% en het hoge tarief 12%. In 1997 bracht de omzetbelasting 32 procent op van de totale nationale belastinginkomsten en werd daarmee de belangrijkste bron van overheidsinkomen. In 2015 worden de inkomsten op € 44,7 miljard euro geraamd!

Met het succes van de omzetbelasting in crisistijd in het achterhoofd, heeft de regering ongetwijfeld gemeend op 1 oktober 2012 de financiële crisis te kunnen bezweren door het tarief verder te verhogen van 19% naar 21%. 

De omzetbelasting dankt zijn succes aan het feit dat het geen directe heffing is over arbeid. Via een administratief omslachtig systeem wordt per tijdvak (meestal per kwartaal) de belasting geheven over de omzet van een ondernemer. Het is om die reden dat veel ondernemers elk kwartaal hun administratie bij ons inleveren of laten inzien om te bepalen hoeveel belasting ze moeten afdragen over hun omzet. Ondernemers mogen, via dezelfde kwartaalaangifte, omzetbelasting in mindering brengen welke aan hun in rekening is gebracht. Per saldo wordt er via dit stelsel door ondernemers belasting afgedragen over hun eigen toegevoegde waarde. Dat noemt men technisch: een heffing volgens het  “btw-stelsel”, ofwel belastingheffing over de toegevoegde waarde. In de volksmond wordt de omzetbelasting dus ten onrechte vaak “btw” genoemd.

Uiteindelijk is de consument de klos. Verhoging is eenvoudig en het ongeorganiseerde protest blijft  beperkt. Het raakt iedereen later pas (indirect) als je in de winkel staat. Dan neem je de omzetbelasting letterlijk “op de koop toe”.

 

Mr. Johan van Steijn RB FFP

 

Kromhout, accountants en belastingadviseurs
Kanaalstraat 270E, Lisse


www.kromhoutlisse.nl
0252-417450
js@kromhoutlisse.nl


Reacties