Verleiden

Verleiden

Even door de zure appel heen bijten, ik ga u meenemen in de wereld van Van Dale. Helaas heb ik hier niet de laatste druk beschikbaar, die staat op een andere plek dan waar ik deze column onder extreme tijdsdruk van de redactie van dit magazine aan het schrijven ben, zodat ik het moet doen met een uitgave uit 1992. Het is overigens ondenkbaar dat ik als professionele fiscalist met een wetboek van 1992 zou werken. Gewone taal verandert minder snel dan vakjargon blijkbaar. Vergeeft u mij dus als ik in de fout ga met een tussen-n want die regels zijn wel veranderd na 1992. (Of is het een tusse-n?)

Even door de zure appel heen bijten, ik ga u meenemen in de wereld van Van Dale. Helaas heb ik hier niet de laatste druk beschikbaar, die staat op een andere plek dan waar ik deze column onder extreme tijdsdruk van de redactie van dit magazine aan het schrijven ben, zodat ik het moet doen met een uitgave uit 1992. Het is overigens ondenkbaar dat ik als professionele fiscalist met een wetboek van 1992 zou werken. Gewone taal verandert minder snel dan vakjargon blijkbaar. Vergeeft u mij dus als ik in de fout ga met een tussen-n want die regels zijn wel veranderd na 1992. (Of is het een tusse-n?)

Van de rechte weg af leiden. Dat is de betekenis die Van Dale geeft aan het begrip ‘verleiden’. Het voorvoegsel ‘ver-’ komen we bij veel Nederlandse werkwoorden tegen. In de Van Dale vinden we maar liefst 89 bladzijden vol met woorden die met ‘ver-’ beginnen. Dat voorvoegsel staat ook apart vermeld en heeft meer betekenissen. De eerste betekenis (en dus de belangrijkste denk ik dan) is die van de ‘negatieve werking’. Een werkwoord met ‘ver-’ ervoor krijgt dan een negatieve, kwalijke of onwenselijke werking. Voorbeelden: ‘verslikken’, ‘verknoeien’, ‘verschrijven’.

Het woord ‘verleiden’ past ongetwijfeld in deze eerste categorie 

Verleiden is dus iets negatiefs. Van de rechte weg af leiden. Deze Van-Dale-omschrijving brengt associaties met Bijbelse taferelen. Het suggereert dat de rechte weg de juiste weg is. De weg met het hoogste morele gehalte. Daarbij is natuurlijk wel weer van belang hoe je het begrip ‘recht’ duidt. Niet als zelfstandig naamwoord, maar als bijvoeglijk naamwoord. Allereerst kun je ‘recht’ in de context van ‘rechte weg’ duiden als een weg die recht vooruit gaat. Een kaarsrechte weg zoals we die in recent ingepolderde gebieden vaak zien, zoals in Flevoland. Die polders lenen zich dan ook goed voor rechte wegen. Dacht men tenminste! Wat blijkt nu jaren later? Rechte wegen zijn gevaarlijk. Ze kunnen leiden tot polderblindheid en tot een verhoogde kans op ongelukken. Het al maar volgen van een rechte weg leidt tot onoplettendheid. Op een gegeven moment wordt je blind voor onverwachte prikkels en vlieg je uit de bocht (die er dus niet is). Een bochtje hier en daar is dus heel heilzaam. Een omweggetje om jezelf bij de les te houden. Maar buiten de poldergebieden zijn rechte wegen sowieso heel erg onhandig en levensgevaarlijk. Als de Brennerpas een kaarsrechte weg zou zijn, zou iedereen deze weg mijden, dat hoef ik niet uit te leggen. Behalve natuurlijk als er een lange rechte tunnel door de bergen gegraven zou zijn, maar dan krijgen we weer last van tunnelvisie en dat is een ander verhaal. En zelfs op een fietstochtje door Alphen aan den Rijn red je het niet met de rechte weg. Je stuit onherroepelijk op de Rijn dus je zult af en toe linksaf of rechtsaf moeten slaan.

Een rechte weg is dus wellicht niet dé rechte weg. Dat brengt me op de tweede betekenis van ‘recht’ en dat is die van ‘juist’. De goede weg, zogezegd. En zoals uit mijn betoog blijkt is dat vaak een weg met afslagen, bochten en kronkels. We worden dus dagelijks ‘verleid’, dus afgeleid van de rechte weg. En in overdrachtelijke zin is het net zo. Rechte wegen kunnen net zo goed naar de afgrond leiden als bochtige wegen. De wereld zit nu eenmaal niet simpel in elkaar. De écht rechte (juiste) weg gaat uiteindelijk –via bochten, afslagen en omwegen- naar de juiste bestemming. Maar die bestemming is vanaf het beginpunt van uw reis nu juist onzichtbaar door al die bochten. En dus blijft het altijd gissen en zoeken naar wat de rechte weg is. En ja, af en toe verwordt dat gissen dan tot vergissen. En het zoeken wordt soms een verzoeking. En voor je het weet ben je gezwicht voor de verkeerde verleiding en kom je heel ergens anders uit in je leven. En dan is het de vraag of het volume van de routebegeleider wel hard genoeg staat: “omkeren indien mogelijk”.

Pim Perquin



Reacties