Sparen tegen de stroom in

Sparen tegen de stroom in

Iedereen met een beetje vermogen heeft sinds de kredietcrisis moeite om daar (zonder grote risico’s) een acceptabel rendement uit te halen. 

Iedereen met een beetje vermogen heeft sinds de kredietcrisis moeite om daar (zonder grote risico’s) een acceptabel rendement uit te halen. En de fiscus blijft sinds 2001 nog steeds zonder blikken of blozen 30% belasting heffen over een denkbeeldig rendement van 4% van beleggingsvermogen (waaronder spaartegoeden). Op 10 juni van dit jaar heeft onze hoogste rechter, de Hoge Raad, deze vermogensbelasting in box 3 zelfs niet in strijd verklaard met het Europese eigendomsrecht. 

Iedereen heeft volgens het Europese eigendomsrecht recht op het ongestoord genot van zijn eigendom. Aan niemand zal zijn eigendom worden ontnomen behalve in het algemeen belang en onder de voorwaarden voorzien in de wet en in de algemene beginselen van internationaal recht”. 

Als je meer belasting betaalt over bijvoorbeeld een banktegoed dan je daar aan spaarrente van vangt, dan teert je banktegoed in en wordt daarmee je eigendomsrecht inderdaad aangetast. Niet gek dat er dus een beroep op deze beschermende bepaling wordt gedaan. 

Maar de Hoge Raad oordeelt voorlopig anders: Wanneer het rendement van 4% gedurende een lange reeks van jaren niet meer haalbaar is én leidt tot een buitensporig zware last voor deze beleggers, dan zou dat volgens de Hoge Raad pas in strijd kunnen zijn met dit Europese recht. Die vond het daarvoor dus nog te vroeg.

Indien deze onhaalbaarheid duidelijk zou worden mag pas van de wetgever verwacht worden dat de regeling wordt aangepast om meer aan te sluiten bij de realiteit. In een andere procedure had de Hoge Raad voor het belastingjaar 2010 ook al geoordeeld dat  een rendement van 4% nog haalbaar was. Om die reden vond de Hoge Raad dat dit in 2011 ineens niet veel anders is dan in 2010.

Nu weten we allemaal dat de spaarrente na 2011 nog verder dramatisch is gedaald en een stijging niet te verwachten is. De kans zou dus kunnen bestaan dat een procedure over deze kwestie voor de jaren 2012-2016 gunstig zou kunnen aflopen. De verwachting is echter dat de Hoge Raad ook over die jaren hetzelfde zal zeggen. Vanaf 2017 gaat de wetgever namelijk verandering aanbrengen in de regelgeving. Kleine spaarders worden dan met lagere denkbeeldige rendementen en een hogere vrijstelling meer ontzien terwijl de echte “rijken” juist nog meer belasting moeten gaan betalen dan nu al het geval is. Dat sluit dan volgens de wetgever weer goed aan bij de werkelijkheid. Rijke mensen moeten maar bereid zijn om meer risico te lopen en kunnen dan nog steeds een mooi rendement halen volgens de wetgever. Bovendien kunnen ze vaak goede adviseurs betalen die ze daarbij helpen.

De aanpassing in box 3 houdt in dat het fictief rendement op vermogen (nu 4%) gaat variëren van 2,9% voor een vermogen tot 125.000 euro, tot 5,5% voor een vermogen van meer dan een miljoen euro.

Ik voorzie bijvoorbeeld dat de spaargeld-BV, waar ik eerder over schreef in mijn column voor deze rijken een grote vlucht kan gaan nemen. Werk aan de winkel voor adviseurs maar toch een ongezonde ontwikkeling. 

Mr. Johan van Steijn FFP RB
js@kromhoutlisse.nl

 


Reacties